Tweede deel van het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal

Hieronder vindt u het tweede deel van het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal. Dit tweede deel wordt gedeelte voor en na de viering van het Heilig Avondmaal gelezen.

 

Laat ons nu overdenken, waartoe de Here Zijn Avondmaal heeft ingesteld, namelijk dat wij dit houden zullen tot Zijn gedachtenis. Wij geloven van ganser harte, dat onze Here Jezus Christus naar de beloften van het Oude Testament door de Vader in de wereld is ge­zonden, ons vlees en bloed heeft aangenomen en de toorn Gods, waaronder wij eeuwig had­den moeten verzinken, van het begin Zijner menswording tot in de dood voor ons gedragen heeft. In volkomen gehoorzaamheid heeft Hij alle gerechtigheid van Gods wet voor ons ver­vuld. Wij gedenken, hoe de last van onze zon­den en de toorn van God Hem in de hof het bloedige zweet heeft uitgeperst. Daar werd Hij gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden. Hij leed ontelbare smaadheden, opdat wij nimmer te schande zouden worden. Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij voor het gericht van God zouden vrijgesproken worden. Hij heeft Zijn gezegend lichaam aan het kruishout laten nagelen, opdat Hij ­onze zonden daaraan zou hechten. Zo heeft Hij de vervloeking van ons op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegen vervullen zou. Hij heeft Zich met lichaam en ziel aan het kruis vernederd tot in de aller­diepste smaad en angst der hel, toen Hij riep met luider stem: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?, opdat wij door God aangenomen en door Hem nimmer verlaten zouden worden. Met Zijn dood en bloedstorting heeft Hij het nieuwe en eeuwige testament, het ver­bond der genade en der verzoening, bekrach­tigd, toen Hij zei: Het is volbracht!

Opdat wij nu vast zouden geloven dat wij tot dit verbond behoren, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan Zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dit is Mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voor­zeker niet meer van deze vrucht van de wijn­stok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.

Zo dikwijls als wij van dit brood eten en uit deze beker drinken, bevestigt Hij Zijn hartelijke liefde en trouw jegens ons. Hij geeft ons de verzekering, dat Hij voor ons, die anders de eeuwige dood hadden moeten sterven, Zijn lichaam In de dood gaf en Zijn bloed vergoot en dat Hij onze hongerige en dorstige zielen met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven voedt en laaft. Door de inzetting van het Avondmaal richt onze Here Jezus Christus ons geloof en ver­trouwen op Zijn volkomen offer, dat eenmaal aan het kruis geschied is, als op de enige grond van onze zaligheid. Hij werd voor ons de waarachtige spijs en drank ten eeuwigen leven, want Hij nam door Zijn dood de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer, name­lijk de zonde, weg en verwierf voor ons de levendmakende Geest. Door die Geest Die in Hem als het Hoofd en in ons als Zijn leden woont, hebben wij waarachtige gemeenschap met Hem en krijgen wij deel aan al Zijn schatten en gaven: het eeuwige leven, de gerechtigheid en de heerlijk­heid. Met groot verlangen zien wij uit naar het bruiloftsmaal van het Lam, waaraan wij de ge­meenschap met Hem ten volle zullen genieten.

Door de Heilige Geest worden wij ook aan elkaar in broederlijke liefde verbonden, gelijk de apostel Paulus zegt: Is niet het brood, dat wij breken, een ge­meenschap met het lichaam van Christus? Om­dat het één brood is, zijn wij, hoevelen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood. Daarom zullen wij, die door het waarachtige geloof Christus ingelijfd zijn, om de wil van Christus, onze geliefde Zaligmaker, Die ons eerst zo uitnemend heeft liefgehad, samen in broederlijke liefde één lichaam zijn, en dit niet alleen met woorden maar ook met de daad jegens elkaar betonen.

Opdat wij nu dit alles mogen verkrijgen, laten wij ons voor God verootmoedigen en Hem met waarachtig geloof om Zijn genade aanroepen:

Barmhartige God en Vader, nu wij in dit Avondmaal de bittere dood van Uw geliefde Zoon Jezus Christus gedenken, bidden wij U dat Gij door Uw Heilige Geest in onze harten wilt bewerken, dat wij ons met waarachtig ver­trouwen aan Uw Zoon hoe langer hoe meer overgeven. Wil onze verslagen harten met Zijn waarachtig lichaam en bloed, ja met Hem, waar­achtig God en mens, het enige hemelse brood, door de kracht van Uw Heilige Geest voeden en versterken. Geef ons, dat wij niet meer in onze zonden leven, maar Christus in ons en wij in Hem. Laat ons zo waarachtig deel hebben aan het nieuwe en eeuwige testament, het verbond der genade, dat wij niet twijfelen of Gij zult eeuwig onze genadige Vader zijn, Die ons onze zonden nimmer toerekent en ons in alles naar lichaam en ziel verzorgt als Uw lieve kinderen en erfgenamen. Verleen ons ook Uw genade, dat wij onze Heiland belijden, onszelf ver­loochenen, ons kruis getroost op ons nemen en in alle nood met opgeheven hoofd onze Here Jezus Christus uit de hemel verwachten, Die onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijk maken en ons tot Zich nemen zal in Zijn hemels Koninkrijk. Verhoor ons, barmhartige God en Vader, door onze Here Jezus Christus.

Amen.

 

Laat ons nu met hart en mond belijdenis doen van ons geloof door met de kerk van alle eeuwen in te stemmen:

Ik geloof In God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde. En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Here; Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is ge­kruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derde dage wederom opgestaan van de doden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand van God, de almachtige Vader; vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleses; en een eeuwig leven.

Amen.

 

Opdat wij nu met Christus, het ware hemelse brood, gevoed mogen worden, laat ons niet bij de tekenen van brood en wijn blijven staan, maar onze harten opwaarts in de hemel ver­heffen, waar Jezus Christus is, onze Voor­spraak, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. Laat ons er niet aan twijfelen dat wij door de werking van de Heilige Geest zo waarachtig met Zijn lichaam en bloed gevoed en gesterkt worden, als wij het brood en de wijn tot Zijn gedachtenis ontvangen.

 

Bij het uitdelen van het brood zal de dienaar spreken:

Het brood, dat wij breken, is een gemeen­schap met het lichaam van Christus. Neemt, eet, gedenkt en gelooft, dat het lichaam van onze Here Jezus Christus gegeven is tot een vol­komen verzoening van al onze zonden.

 

Bij het geven van de beker zal de dienaar spreken:

De beker der dankzegging is een gemeen­schap met het bloed van Christus. Neemt die, drinkt allen daaruit. Gedenkt en gelooft, dat het bloed van onze Here Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

 

Na de bediening van het Avondmaal spreekt de dienaar:

Geliefden in de Here, laten wij allen tezamen, nu de Here aan Zijn tafel onze zielen gevoed heeft, Zijn Naam met dankzegging prijzen en ieder spreke in zijn hart:

Loof de Here, mijn ziel, en al wat in mij is, Zijn heilige naam; loof de Here mijn ziel, en vergeet niet een van Zijn weldaden; die al uw ongerechtigheden vergeeft, die al uw krank­heden geneest, die uw leven verlost van de groeve, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend. Barmhartig en genadig is de Here, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid; niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen; Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden; maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is Zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen. Zo­ver het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons; gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Here over wie Hem vrezen.6) Hoe zal Hij, die zelfs Zijn eigen Zoon niet ge­spaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? God bewijst Zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God ver­zoend zijn door de dood Zijn Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Here Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben. Daarom zal mijn mond en hart des Heren lof verkondigen, van nu aan tot in eeuwigheid.

Amen.

 

Laat ons deze Avondmaalsbediening met dankzegging sluiten:

Almachtige en barmhartige God en Vader, wij danken U met heel ons hart, dat Gij uit grondeloze barmhartigheid ons Uw eniggeboren Zoon geschonken hebt tot een Middelaar en offer voor onze zonden en tot een spijs en drank ten eeuwigen leven. Wij loven U om Uw genade, dat Gij ons geeft een waarachtig ge­loof, waardoor wij deze weldaden deelachtig worden, en dat Gij tot versterking daarvan het heilig Avondmaal door Uw geliefde Zoon Jezus Christus liet instellen. Wij bidden U, getrouwe God en Vader, dat Gij door de werking van Uw Heilige Geest de gedachtenis aan onze Here Jezus Christus en de verkondiging van Zijn dood ons tot dagelijks toenemen in het rechte geloof en in de zalige gemeenschap met Chris­tus wilt doen strekken. In de Naam van onze Here Jezus Christus bidden wij, gelijk Hij ons geleerd heeft:

Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome; Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.

Amen.